Actrice Marilou Mermans, hoofdrolspeelster in 'Confituur'

"Ach, al dat gedoe''

Haar carrière begon met één blote borst op de scène van het NTG. Tussen jeune première Marilou Mermans en de oudere actrice die intussen de moeder speelde van zowat alle jonge acteurs en actrices in Vlaanderen ligt veertig jaar rijping en doorgedreven ijver. Haar mooiste (hoofd)rol, zo zegt ze zelf, toont ze in de nieuwste film van Lieven Debrauwer. 'Was ze in Engeland geboren, men had haar allang 'Dame' genoemd', schreef een recensent ooit. Dame Marilou blijft echter bescheiden. 'Ik ben geen tafelspringster.'

 

In oktober wordt Marilou Mermans zestig jaar. En het is deze maand al feest geweest, want zopas incasseerde de actrice haar grootste succes ooit. Samen met de cast en de makers van de film Confituur kreeg hoofdrolspeelster Mermans een tien minuten durende staande ovatie van een dolenthousiast Italiaans publiek tijdens het festival van Venetië. Ze zweefde. "Al ben ik weer aan het landen op de begane grond. Veel hoger dan de bodem zul je me trouwens zelden vinden", relativeert ze.

 

Dat typeert de manier waarop de actrice in het leven staat: los van onechtheid en weg van alle franje. Ze is ook niet zo verschrikkelijk bekend bij het grote publiek. Vraag aan de gemiddelde Vlaming wie Marilou Mermans is en men zal meteen om een kleine hint vragen. Nochtans heeft Mermans twee derde van haar tijd in dit leven opmerkelijke rollen gespeeld. Haar cv (pagina's!) leest als een syllabus over veertig jaar film, televisie en theater. We zien er De Witte van Zichem staan en Fabian van Fallada, maar ook Paniekzaaiers en Daens en Brylcream boulevard en Dief! en Witse en Meester, hij begint weer. We zien eveneens Familie, Lili en Marleen en Matroesjka's.

 

Marilou Mermans: "Mijn publieke leven begon in 1962 aan de zijde van Nonkel Bob, in het programma Televisum. Ik had een wedstrijd gewonnen en de prijs was dat je een verhaal mocht komen vertellen in het kinderuur bij Bob Davidse. Negentien was ik. Een dag na mijn verschijning op tv kreeg ik de vraag een auditie te doen. Ik slaagde en mocht presentatrice worden. Aanvankelijk had ik geen tijd om dat werk er nog bij te nemen. Ik studeerde aan het conservatorium, waar toen enkel 's avonds tussen vijf en tien werd lesgegeven, en dat combineerde ik met een job op het ministerie voor Arbeid en Tewerkstelling. Ik was bediende bij de 'Pool der Zeelieden'. Daar kwamen mannen die de lange omvaart deden, die aangemonsterd waren en op zoek naar een nieuwe opdracht. Zowel stoere zeebonken als hoge officieren zag je daar. Ik weet dat ik toen even met het idee speelde ook op zo'n omvaart te vertrekken, als stewardess. Ik had daar een heel romantisch beeld van. Nu, de twee oud-kapiteins op kantoor hebben me dat snel uit het hoofd gepraat. Ik bleef dan maar bij mijn eerste roeping: acteren."

 

Bedacht u bij dat acteren ook romantische beelden?

 

"Ik heb weinig tijd gehad om me daar grote voorstellingen bij te maken. Ik rolde werkelijk van de ene uitdaging in het volgende avontuur. Als klein meisje stond ik op podia in kleine zaaltjes, speelde ik hoofdrollen, zong ik. Heel spontaan. Mijn ouders pushten me niet, maar waren toch behoorlijk fier. Tot ik besloot van acteren mijn beroep te maken. Thuis was er direct iets van 'Ai, in dát wereldje'. Het toneelmilieu had toen nog een erg pejoratieve bijklank. Ik begreep dat niet. Voor mij was het een vanzelfsprekende weg. Als twaalfjarige kreeg ik les van Senne Rouffaer in de academie van Mortsel. Later won ik verscheidene voordrachtwedstrijden. Het klinkt misschien hoogmoedig, maar alles ging zo vlot dat er van romantiek of dromen weinig sprake hoefde te zijn. Ik deed één auditie en mocht bij de BRT beginnen. Ik gaf iemand repliek voor een examen en een paar dagen later stak men mij een contract in handen van het reizend volkstheater, de reizende afdeling van de KNS. Na mijn eindexamen op het conservatorium mocht ik onmiddellijk beginnen bij het NTG in Gent. Aan het einde van de jaren zestig werd ik dan bij een groter publiek bekend via die rollen in onder meer Fabian van Fallada, en nog later in Wij heren van Zichem, De vorstinnen van Brugge... Vooral Fabian, dat was pionieren natuurlijk, in 1969. Ik speelde Isabeau de Crébillon, een stoute Mie, de zus van Kris Smet. Een plezante hobby, vond ik toen, en ik werd er nog voor betaald ook."

 

Stoute Mie op tv, en bij het toneel had u intussen uw naam gemaakt na een controversiële vertolking van Stella in Le cocu magnifique.

 

"Wat gewoon mijn vuurdoop bij het theater moest worden liep uit op een enorme controverse. Le cocu is hét drama over het thema jaloezie. In het verhaal nodigt de echtgenoot op een bepaald moment een vriend uit. De man is zo vol lof over de schoonheid van zijn vrouw Stella dat hij tegen zijn vriend zegt: 'Zie eens hoe mooi ze is' en haar blouse losknoopt. Daar staat Stella dan, met één borst naakt."

 

Een nipple-gate avant la lettre!

 

"Precies. Al was de handeling van mijn tegenspeler toen, Hugo Van den Berghe, niet zoals die van Justin Timberlake, en stond ik er niet echt bij als Janet Jackson. Bij ons was dat ontbloten van de borst heel delicaat, heel braaf. Hoe dan ook, de commotie was er niet minder om. Ik was de eerste Vlaamse actrice ooit die met een naakte borst op de scène stond. Het was functioneel naakt, zei de regisseur. Ik had een gesprek met hem, begreep zijn argumentatie en maakte dus geen bezwaren. De buitenwereld deed dat wel. Nog tijdens de repetities was mijn blote borst voorpaginanieuws in alle kranten en uiteindelijk is mijn 'dossier' voor de Gentse gemeenteraad gekomen. We kregen ook de vereniging 'Verontruste Ouders' over ons heen. Kortom, een heksenketel."

 

Een borst die 'braaf en delicaat' wordt ontbloot, hoe gaat dat?

 

"(lacht luid) Dat zeg ik bij wijze van spreken. Ik bedoel: het was niet vulgair. Je mag niet vergeten, we schreven toen het jaar 1967. Het was een primeur. Zelfs van mijn collega's kreeg ik maar bitter weinig steun. Ik herinner me nog de oudere actrice die met gestrekte wijsvinger voor mij stond met de boodschap: 'Als je het doet, spreek ik nooit meer tegen jou'. Ik was tweeëntwintig, begot. Mijn ouders, uit een katholiek milieu, waren helemaal in de war. 'Wat doet die van ons, waar gaat dat eindigen?', klonk het.

 

"Weet je trouwens wat finaal dé test was? Op een avond, na de repetitie, moesten we die korte scène spelen voor de raad van bestuur. Stel je dat voor, die paar oudere mannen voor ons, alleen in de zaal, turend naar die ene borst die na een paar seconden weer schroomvol in de blouse werd verborgen. Ik ben toen snikkend naar mijn loge gelopen, zo onterend was het. Het toneelstuk kwam er echter, mét de bewuste actie erin, en het werd een groot succes.

 

"Toen we in het kader van de draaischijfproducties met Le cocu in de Bourla stonden, bleek ik niet langer welkom te zijn bij de academie van Mortsel, waar ik intussen zelf lesgaf. Ik was door één bepaalde journalist van een katholiek georiënteerde krant met de grond gelijkgemaakt. Op de academie stonden ze, zwaaiend met dat artikel, te roepen: 'Aan zo iemand vertrouwen wij onze kinderen niet toe'. Later ben ik er toch weer gaan lesgeven, met opgeheven hoofd. Die hele zaak heeft me wel gehard in het leven. Toch ben ik nog altijd niet de persoon die met veel bombarie naar buiten treedt. Het wordt me soms verweten, dat ik me op sommige vlakken te weinig competitief toon."

 

U bent inderdaad een totaal ander type dan uw collega-actrice in Confituur, Chris Lomme. Zij is een dame waar je niet naast kunt kijken, ook buiten de scène. U lijkt zich meer te verstoppen.

 

"Zo erg is het nu ook weer niet. Ik loop heus niet buiten beeld. Het klopt wel dat ik meer iemand ben die van binnenuit leeft. Het is mijn job om personages een ziel te geven. Voor de buitenwereld heb ik niet echt een opdracht, vind ik. Ik ben niet geïnteresseerd in het 'mezelf willen presenteren'. Al willen sommigen dat, zoals gezegd, graag anders zien. 'Verkoop meer bluf', zeggen ze me soms, of: 'Toon dat het allemaal van jou is'. (schudt het hoofd) Maar dat ben ik niet, ik voel me daar niet goed bij. Ik ben niet vals bescheiden, ik weet heus wel wat ik kan, maar die tentoonstelling van mezelf, daar pas ik voor. Ach, al dat gedoe ook.

 

"Ik probeer het gewoon in evenwicht te houden. Neem het filmfestival van Venetië. Ik kroop daar echt niet als een bange muis onder het kamerbreed tapijt toen we een staande ovatie kregen. Op zo'n moment geniet ik van elke seconde, neem ik alle complimenten tot mij, betast ik het succes met al mijn zintuigen. Nadien heeft het echter niets in mij veranderd. Ik ben dan misschien even 'die van Venetië' geweest, maar moet ik daarom hier de foyer van de Bourla binnenlopen met een air van 'Beste Antwerpen, hier ben ik weer, gelieve achterover te vallen'? (lacht luid) Succes stut je eigenwaarde, dat wel, maar dat het een ander mens van jou maakt? Nee, dat zou pas stom zijn."

 

Het moet enorm zijn geweest, wat u in Venetië te slikken kreeg aan positieve reacties. Je zou van minder gaan duizelen.

 

"Het was inderdaad bijna onaards, al die Italianen met hun bellissimo en bravissimo. Ik vond dat vrij bizar. We speelden verdorie een oer-Vlaams verhaal over een oer-Vlaams gezin, en dat bleek in zijn benadering van menselijke facetten zo dicht bij die zuiderse leefwereld aan te sluiten. De Italiaanse zakdoeken kwamen tijdens de vertoning boven als ze boven moesten komen en men lachte bij de pointes waarvoor Vlamingen traditioneel in een deuk liggen."

 

Hoe anders bent u als actrice in deze film?

 

"Het is een hoofdrol, natuurlijk, en ik was heel kritisch voor mezelf. Ik had twijfels maar absoluut geen faalangst. Bepaalde onzekerheden helderde ik op samen met Lieven. Voor mij was het vooral zaak niet in een soort herhaling van mezelf te hervallen."

 

Wat beslist niet gemakkelijk zal zijn voor iemand zoals u, die zoveel te zien is, momenteel meestal in moederrollen. Bestaat bij u niet de vrees voor typecasting en voor een geijkte manier van acteren?

 

"Ik vind het altijd fijn als mensen opmerken dat ik daar niet in verval, dat ik bijgevolg geen doorslagjes maak van mezelf. Ik werk daar ook hard aan. Ik gedraag me steeds anders, ik wil er anders uitzien. Tot op vandaag vind ik nog altijd andere registers. Gelukkig maar. Ik heb nog de middelen, zodat ik mezelf niet plagieer. Ik merk het als ik naar Confituur kijk. Het is alsof ik iemand anders zie. Dat mens daar, die Emma, is voor mij een vreemde met een eigen taal, een eigen manier van handelen, een eigen manier van stappen zelfs."

 

Wat voor vrouw is het hoofdpersonage uit Confituur?

 

"Emma is iemand die door haar opvoeding geleerd heeft gedienstig te zijn en zich weg te cijferen. Ze leeft met één opdracht: ik moet zorgen. Ze is beperkt als mens, door de manier waarop ze haar hele leven met situaties hoorde om te gaan. Ze zit vast in een patroon en voelt niet de behoefte eruit los te breken. Bijgevolg blijft ze tussen het aanrecht en het bed van haar inwonende zieke schoonzus laveren. Toch heeft ze iets creatiefs in zich: ze maakt confituur. Dat is haar manier van uitbreken, haar eigenheid: het pletten van vruchten en het resultaat in bokalen drijven. Ze maakt confituur uit liefde."

 

Hoe dicht ligt Emma bij uw persoonlijkheid?

 

"Niet bepaald dicht. Al moet ik toegeven dat ik confituur kan maken, laatst nog brouwde ik een heerlijk mengsel van rabarber en abrikozen. Heel lekker, al zeg ik het zelf. Maar ernstig. Nee, ik ben wel een zorgend iemand, maar ik zal er niet alles voor opzijzetten."

 

Hoe leert u zo iemand dan spelen?

 

"Ik haal dat uit mijn vergaarbak. Ik sla constant dingen op, bewust en onbewust. Het gedrag van mensen, hun verhalen, hun manier van denken, of ik capteer acties die ik op straat of in films zie. Ik zuig dat op, zoals een spons, en dat alles wordt vanbinnen een beetje verwerkt, gefilterd, weet ik veel. Het gebeurt nogal onbewust. Op termijn echter ging ik over een soort containertje beschikken waaruit ik dankbaar put, of waaruit iets tevoorschijn kruipt als het nodig blijkt. Een vreemd proces is het wel, spons zijn. Het zorgt er hoe dan ook voor dat ik zowel Lady Macbeth kan spelen als Isabelle uit de VTM-serie Familie."

 

Voelt u geen gène opkomen als u na die bravourerollen ook nog een rol in een soap speelt?

 

"Ik begrijp dat bepaalde kijkers dat raar vinden. Mensen zetten je nog het liefst in een kast. Ze willen je definiëren. Je bent moeder Lisa, zoals in Lili en Marleen, en geen filmdiva. Of omgekeerd. Ik zal altijd alle werk blijven aanpakken, ik schaam me daar heus niet voor. Ik speel nu bijvoorbeeld even mee in Kaat & co. Jawel, alweer een moeder. Vreemd hoor, die serie. Ik arriveerde en de man van de kleding zei dat ik wat ik droeg gewoon mocht aanhouden. Make-up hoefde ook al niet. Toen kwam het filmen. Ineens was er iets met de plaats waar we zouden opnemen. Ging niet. 'Bon', zegt een medewerker van de ploeg, 'kom dan maar bij mij thuis draaien.' Zo gebeurde. Een korte briefing, geen afspraak met de tegenspelers en spelen maar. Nu, dat was nog eens echt 'me smijten'. Blij dat ik dat mocht meemaken."

 

Wat speelde u tot hiertoe het liefst?

 

"Emma, ik moet daar niet lang over nadenken. Ik hou echt van die vrouw. Het is een bijzonder fragiele rol. Als actrice moet je soms grote handelingen stellen. 'Uit uw kot komen', noemt men dat, of 'de scène pakken'. Dat geeft een enorm gevoel. Er is echter ook dat andere: die stilte, je opplooien, de subtiliteit raken. Dat is op een minimalistische manier hetzelfde doen, 'de scène pakken'. Maar zo verschrikkelijk broos is dat. Je voelt het in de atmosfeer rondom jou. Het fladdert er, het siddert er. Als je dat nadien zit te bekijken merk je dat jouw persoon werd ingenomen, dat daar iemand anders uit jouw ogen kijkt en met jouw benen stapt.

 

"En wat blijkt nog? Anderen gaan iemand in jou herkennen. Mijn broer zei: 'Precies ons moeder'. Ook mijn dochter vond dat. Jullie filmrecensent Jan Temmerman meldde zijn vrouw vanuit Venetië, na Confituur: 'Ik heb ons tante Lisa gezien'. Hij vertelde mij dat 's avonds. VTM-filmjournalist Peter Van Camp had in Emma een mengeling van drie tantes van hem ontdekt. Ik vind dat fantastisch om horen, dat in die persoon zoveel rijkdom blijkt te zitten met zoveel reminiscenties."

 

Binnenkort zit 'Confituur' in het filmfestival van Gent en in de Belgische filmzalen. Zult u na het succes echt kunnen teruggaan naar uw vroegere personages? Is na de ultieme rol het werk niet af?

 

"Nee. Ik vermoed dat ik nog steeds geen selectie zal kunnen en willen maken. De manier waarop ik om het even welke rol aanneem, zal even ernstig blijven. Het is wel zo dat ik merk dat ik nu weer heel graag met theater bezig ben. We hernemen binnenkort een productie met Het Klokhuis. Ik heb opnieuw zin om op de planken te staan. Acteurs zoals ik hebben afwisseling nodig, en af en toe wat meer direct contact met het publiek. Ik wil communiceren, die stroom energie voelen.

 

"Afwisseling betekent ook telkens weer de moed willen opbrengen om je aan te passen. Ik geef toe dat ik na die prachtige draaidagen in dat team van Lieven Debrauwer even moest slikken om naar de tv-set te gaan. Maar ik ga er niet met hangende pootjes rondlopen, dat zou pas zielig zijn. Ik heb genoeg realiteitszin om alles op zijn merites te beoordelen. Uiteindelijk heb ik wel die mooie momenten en de kansen gekregen. Ook al was het later in mijn carrière, ook al is het tijdelijk. Acteurs weten ook dat je van elke nieuwe rol dadelijk afscheid moet nemen. En na elk afscheid komt een nieuwe start. Confituur was nog niet helemaal af of de Robbe (de Hert) hing aan de lijn. 'Schat', klonk het. 'Ik goa ne nieuwe film droaien en gij krijgt de schoenste rol boven de vijfentwintig jaar.' Bon, we zijn weer vertrokken, zeker?"

 

Blijft die geestdrift of aandrang om te spelen constant, of duikt er al eens zoiets als een déjà vu of een gevoel van sleur op?

 

"Toch niet. De geestdrift blijft, maar de moed ontbreekt je soms. Bijvoorbeeld om in het holst van de nacht te vertrekken omdat je ergens te lande om vijf uur 's morgens op de set moet staan. Dan wordt de vraag 'waarom doe ik het?' met de nodige nadruk uitgesproken. Waarom doe ik het? Het blijft retorisch."

 

Als u mocht kiezen tussen film, tv en theater, waar gaat de voorkeur dan naar uit?

 

"Zelfde antwoord als de vraag: film, tv én theater, en niet noodzakelijk in die volgorde (lacht)."

 

In welke periode van uw leven maakte u de boeiende evoluties mee, wat resulteerde in boeiende rollen?

 

"Zoals ik me momenteel voel, zou ik durven te zeggen: nu. Anderzijds moet ik toegeven dat ik alles met een grote gretigheid heb aangepakt in het verleden en dat ik op die manier van alle fases genoten heb. Mensen zeggen soms over hun kinderen: 'Oh, ik zal blij zijn als onze baby een peuter is'. Ofwel: 'Ik zal blij zijn als onze kleinen groot genoeg is om er ernstig mee te kunnen praten'. Nog later zeggen ze: 'Ik verlang er nu al naar dat mijn kind volwassen is'. En wat blijkt nadien? Ook die fase is er ineens en die blijkt evenmin ideaal. Ik heb dat nooit gehad. Ik vond het prachtig toen mijn dochter een baby was, een kleuter, puber. Alles had een eigen charme, omdat ik me intussen bewust werd van de boeiende weg die ik zelf bezig was mee af te leggen.

 

"Eenzelfde ervaring voel ik bij de evolutie in het acteren, in het ouder worden door de rollen heen. Het heeft geen zin om op mijn zestigste te zeggen: 'Wat spijtig dat ik geen twintigjarige meer kan spelen'. Ik heb het toch gehad, beleefd, doorvoeld? Ik heb er toen van genoten. Alle facetten in mijn leven zijn mooi geweest. En als ik het geluk heb op mijn tachtigste nog te kunnen spelen, zal ook die leeftijd een tot dan onbekend geluk voor mij betekenen. Hoop ik."

 

U wordt zestig volgende maand. Welk gevoel brengt dat bij u naar boven?

 

"Vooral dankbaarheid. Dankbaar omdat ik zestig mocht worden. Omdat ik nog altijd in staat ben te leren van het leven. Ik zal nooit volleerd zijn. Ik zal nooit alles weten en ben daar ook niet gefrustreerd over. Ik probeer wel zoveel als mogelijk bij de pinken te blijven. Genieten kun je ook pas als je doorhebt wat op je afkomt. Ook dat moet je leren."

 

U bent binnenkort niet alleen in de filmzalen te zien, u zit ook in de prestigieuze VTM-serie 'Matroesjka's'. Welke rol vertolkt u daar?

 

"Wat dacht je? Een moeder. Alweer."

 

U hebt de voorbije jaren vooral moeders gespééld, wat voor moeder bent u in het echt?

 

"Ik probeer een moeder te zijn die haar kind los kan laten. Mijn dochter is zesentwintig jaar en onafhankelijk. Toch is het enig om haar in de buurt te hebben. Ze was mee naar Venetië. Ze wist niets over de film, kende het verhaal amper. Nu, we hebben samen heerlijk zitten huilen om de ontroerende scènes. Het was zeer intens. Ook dat was een onvergetelijk moment in Venetië."

 

Wat straalt u uit waardoor u een patent hebt op moederrollen?

 

"Ik weet het ook niet. Tja, ten eerste heb ik die leeftijd natuurlijk, maar anderzijds... Er is me tijdens een casting ooit gezegd: 'We kunnen ons geen betere moeder voorstellen'. Nadien lachten ze wel. Nee, eerlijk, ik weet het niet. Ik weet wel dat ik nu ongeveer van elke Vlaamse acteur onder de veertig al de mama ben geweest. Ik was de moeder van Axel Daeseleire in Dief, van Antje De Boeck in Daens, van Stany Crets in Matroesjka's, van Ingrid De Vos in Confituur, van Sven De Ridder in Ad fundum, van Bert Cosemans in Lili en Marleen, en er zijn er nog zoveel meer. Ik moet dat toch eens opzoeken. Ik heb overigens de indruk dat ik meer zonen dan dochters heb gehad. Sommigen blijven mij ook als moeder bekijken. Neem Axel, als ik hem tegenkom zegt die altijd: 'Ah, ons moeke'."

 

U houdt nog geen rekening met een pensioenleeftijd en speelt verder zoals Dora van der Groen en Alice Toen of zoals Luc Philips zaliger, tot de dood?

 

"Ik heb nog geen deadline. Waarom het bij acteurs soms niet stopt? Daarop antwoord je het best met een andere vraag. Waarom zijn we begonnen met acteren? Omdat we die behoefte hadden. Nu, die behoefte gaat kennelijk niet weg met de jaren. Het heilige vuur, dat is het wellicht. Ik geloof daarin, ik herken het bij andere mensen. Het is het gevoel dat je hebt dat je voor iets in de wieg bent gelegd. Weten dat dit jouw uitdrukkingsvorm is, jouw manier van in het leven te staan. Het is acteren en niet... confituur maken, bijvoorbeeld. Het is nog uit dat vat kunnen putten en een ander gezicht opzetten.

 

"Een Gentse beeldhouwer zei me ooit: 'Dat is raar, Marilou, jij hebt een heel expressief gezicht, maar ik kan het moeilijk vastleggen, het is alsof je geen gezicht hebt'. Hij had het gevoel dat hij het niet in één vorm kon vatten. Daarom noemde hij die caleidoscoop aan gezichten 'geen gezicht'. Misschien is het dat wat acteurs tot hun dood willen blijven doen, al die gezichten opzetten."

 

'Confituur' wordt op zaterdag 16 oktober in avant-première vertoond als slotfilm van het 31ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent. De film draait vanaf woensdag 20 oktober in de Belgische bioscopen.

 

  Marijke Libert in 'De Morgen', sectie 'Zeno', 25.09.2004

© 2005/09 | www.mariloumermans.be | foto: Johan Jacobs
webdesign & onderhoud: Benjamin Van Crombrugge | invulling: Marilou Mermans & Benjamin Van Crombrugge

website geoptimaliseerd voor Mozilla Firefox 3.0, Internet Explorer 6.0 & Safari 4 | minimaal aan te raden schermresolutie: 1024x768